Betekenis van kleinschalige vegetaties als refugia voor kleine marters in intensieve landbouwgebieden

Betekenis van kleinschalige vegetaties als refugia voor kleine marters in intensieve landbouwgebieden

Uit onderzoek van de SKM in intensieve landbouwgebieden in Salland en onlangs in de Hoekse Waard, blijkt dat geïsoleerde  kleinschalige vegetaties of ‘eilanden’ (waaronder vlak- en strookvormige brandnetelstroken en braamruigtes) van belang kunnen zijn als refugiumhabitat voor kleine marterachtigen als de wezel.

Overgebleven vegetatie elementen als refugia of ‘eilanden’ voor kleine marters in intensief landbouwlandschap

Naast het voorkomen in de ‘eilanden’ in een ecologisch povere en technogene cultuurzee (namelijk landschap met grootschalige intensieve akkergebieden en raaigraslanden), kunnen kleine marters blijkbaar tussen de eilanden heen en weer hoppen; waardoor overleving in een metalandschap van resterende vegetaties mogelijk is. In hoeverre dit duurzaam of structureel voorkomt, is nog niet duidelijk.

Wezel-detectie in een geïsoleerde ruigtestrook in de grootschalig akkergebied. (foto: © J. Mos)

Dit gegeven is van belang om in ogenschouw te nemen in het kader van ecologische beoordelingen voor landbouwgebieden waar ruimtelijke ontwikkeling gaat plaatsvinden, bijvoorbeeld bij de bouw van een woonwijk of van een zonnepark, waarbinnen habitat voor kleine marterachtigen verloren gaat maar ook versterkt kan worden in vergelijking met de voorgaande landbouwsituatie; onder meer bij bijvoorbeeld zonne- of solarpark ontwikkeling toepasselijk.

Ogenschijnlijk van geen betekenis blijken soortenarme ruigtestroken in grootschalig landbouwgebied in sommige situaties te kunnen dienen als refugiumhabitat voor kleine marterachtigen en hun prooidieren, hetgeen in ecologische beoordelingen moet worden meegewogen; zoals hier op een plangebied voor een zonnepark in Noord Brabant (foto: © E. van Maanen).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *